Club

Hoe zou het zijn met… Patrick Monziba

De volgende legende die Inside OH Leuven bezoekt, is speler van het eerste uur Patrick Monziba. De diepe spits die van 2002 tot 2004 bij OH Leuven speelde, doet een boekje open over hoe het was om OH Leuven-speler te zijn in de begindagen van de fusie en vertelt over wat hem nu bezighoudt als diversiteitscoach en sportsmarketeer.

VERLEDEN

Dag Patrick, je behoorde tot de eerste lichting spelers van het kersverse OH Leuven. Hoe kijk je daar op terug?

Ik kijk terug op een hele mooie, warme, maar ook intense periode. Eén van de mooiste periodes uit mijn voetbalcarrière waar ik ook nog veel vrienden aan heb overgehouden. Zo heb ik nog steeds contact met Kevin Stuckens, Kjell Hermans, Axel Vergeylen, Nathan Axford, Manu Lanvu, Kristof Steeno, Hans Goethuys, Raf Labie …

Waar heb je gespeeld voordat je naar OH Leuven kwam?

Voor ik naar Leuven ging, kwam ik van Tongeren. Daarvoor zat ik ook nog even bij Tienen. Eigenlijk tekende ik een contract bij Zwarte Duivels Oud-Heverlee. Ik was toen 22 en verhuisde toen naar een reeksgenoot van mijn vorige ploeg. Maar toen ik al getekend had, werden de Zwarte Duivels ineens samengevoegd met Stade Leuven en Daring Leuven.

Je kwam inderdaad in een club terecht die net gefusioneerd was. Merkte je spanningen tussen Stade, Daring en Zwarte Duivels?

Ik maakte me in het begin een beetje zorgen. Ik weet nog dat ik belde naar Oud-Heverlee om te vragen of ik er nog mocht komen spelen, maar dat bleek geen probleem te zijn. Alles werd samengevoegd. Vanaf dan keek ik wel uit om voor de fusieclub te spelen. Het was een echt project om de drie Leuvense ploegen te verzoenen en wij gingen daar als spelers ook een actieve rol in spelen. Zo moesten wij ervoor zorgen dat alle neuzen dezelfde richting uitwezen. Na elke wedstrijd gingen we naar de supportersclubs. Ene week was dat er één van oorspronkelijke Stadisten, of één van de twee andere ploegen en we wisselden af, zodat we bij iedereen regelmatig langskwamen. Dat was zeker plezant, al dan niet met een pintje erbij (lacht).

Ik vond dat de spanning tussen de drie clubs wel meeviel eens ze gefusioneerd waren. Ik voelde vooral de wil en ambitie om dit project te doen slagen. De bezorgdheid was vooral dat de Stadisten van Leuven zich niet zouden kunnen verzoenen met “de mannen van het bos” uit Oud-Heverlee. Toen zij in Derde Klasse in de jaren voor de fusie tegen elkaar speelden, waren die twee ploegen als kat en hond voor elkaar.

In de voorbereidingen van 2002 speelde het fonkelnieuwe OH Leuven haar eerste voorbereiding. Welke match is de eerste die je je nog kan herinneren?

De oefenwedstrijd tegen Anderlecht! In het begin van het seizoen speelden de Zwarte Duivels altijd tegen Anderlecht en die traditie werd meegenomen toen OH Leuven ontstond. We speelden toen onze eerste onofficiële wedstrijd samen. In die match speelden we als kersverse derdeklasser gelijk met 2-2 tegen het grote Anderlecht en ik heb toen zelfs twee assists gegeven. Op dat moment voelden we allemaal dat de fusie gelukt was. We zetten een mooi resultaat neer, de supporters juichten voor dezelfde ploeg en we gingen een mooi seizoen tegenmoet.

Wat voor spits was jij?

Ik was het type spits dat de ploeg liet aansluiten en mee zorgde voor dominant voetbal op de helft van de tegenstander. Mijn kwaliteit was vooral om de bal goed bij te houden en een aanval te coördineren. Veel countergoals heb ik dus niet gemaakt. Maar goed, ik had kracht, techniek en speelde vooral graag mee. Over mijn statistieken was ik persoonlijk zeer tevreden maar ik scoorde te weinig om echt een goalgetter te zijn en 20 à 30 goals te maken op een seizoen. Ik scoorde er dan 15 maar gaf er ineens ook 15 assists bij.

Het bleef natuurlijk niet enkel bij plezier op het veld. Durfden jullie elkaar wel eens beet te nemen?

Ja hoor, ik had ooit eens een grap uitgehaald met de spelersgroep en voor die mop wilden ze me eigenlijk terugpakken. Wat hebben ze gedaan? Eén van de spelers had een hoop vis gekocht op de markt van Leuven en die vervolgens allemaal in mijn auto verstopt. Echt vijftien vissen! De trainers zaten mee in het complot en om aan mijn sleutels te geraken, hadden ze mij allemaal samen afgeleid. Toen ik het ontdekte, kon ik er wel mee lachen. Ik heb vrij snel enkele vissen gevonden, maar lang niet allemaal. En dat begint natuurlijk na een tijdje wel te stinken. Ik heb de laatste vis nooit gevonden. Uiteindelijk heb ik na een half jaar toch maar mijn auto verkocht (lacht).

Na OH Leuven ben je vertrokken naar Kermt Hasselt. Hoe verliep de rest van je carrière?

Klopt, ik heb toen vrij toevallig de switch gemaakt met Bjorn Ruytinx. Hij speelde voordien bij Kermt Hasselt en vertrok naar OH Leuven op het moment dat ik toekwam in Hasselt.

Mijn vertrek bij Leuven was een beetje met een dubbel gevoel. In Tongeren, de club waar ik speelde voor OH Leuven, was mijn trainer Guido Brepoels. Die liet mij de laatste wedstrijden van het seizoen niet spelen omdat ik toen al had getekend voor OH Leuven. Na mijn twee mooie seizoenen bij Leuven vertrok toenmalige trainer Jean-Pierre Vande Velde en werd vervangen door… jawel, Guido Brepoels. Dus ja, het was al snel duidelijk dat Brepoels niet met mij wilde samenwerken en daarom besloot ik om naar Hasselt te vertrekken.

Vervolgens speelde ik nog voor Veldwezelt, Patro Eisden Maasmechelen, Everbeur, Nieuwerkerken en dan ben ik stilletjes aan uitgebold bij Wommersom. Bij die laatste ploeg kwam ik ook nog Manu Lanvu tegen. Manu had ook bij heel wat ploegen in de nationale reeksen gespeeld en zocht nog een laatste uitdaging, net zoals ik. Momenteel speel ik nog in de veteranenploeg van Oplinter. Daar kom ik soms Bjorn Ruytinx tegen. Die speelt bij de veteranen van Halen.

HEDEN

Na jouw voetbaljaren deed je veel verschillende jobs. Zo bouwde je een carrière op in sportmarketing en had je je eigen bedrijf met MONZI. Wat deden jullie juist?

Dat is gegroeid uit mijn carrière bij Nike, waar ik inderdaad vooral aan sportmarketing deed. Door een reorganisatie bij Nike, heb ik besloten om een eigen zaak op te richten, gebaseerd op mijn familienaam: MONZI. Daarin zocht ik naar bedrijven om sportoplossingen aan te bieden. Concreet: we lieten gepersonaliseerde sportkleding maken met naam, nummers, sponsors en clublogo op. Die service koppelden we dan aan het samenbrengen van verschillende stakeholders op netwerkevents om business te genereren. Maar na enkele jaren merkte ik dat het voor mij niet meer mogelijk was om dit helemaal alleen te trekken. Merchandising deed ik helemaal zelf en ik besefte dat ik te veel hooi op mijn vork had genomen. Dus was ik genoodzaakt om te stoppen met MONZI.

Je was zelfs ook enkele jaren scout voor KRC Genk. Heb je bekende spelers ontdekt?

Ik heb er veel gezien! Maar ontdekt zou ik niet zeggen. Ik zat veel in Nederland en daar zag ik spelers als Openda en Bakayoko wel bezig. Remco Evenepoel heb ik ook wel eens opgeschreven (lacht). Ook daar ben ik mee gestopt omdat ik met MONZI begon.

Je geeft nu ook trainingen in diversiteit en inclusief leiderschap op de werkvloer. Wat houdt zo’n job juist in?

Ik werk voor een vacaturewebsite waar ik, naast zichtbaarheid verbeteren op de website en bedrijven in contact brengen met potentiële werknemers, ook kijk hoe we diversiteit in de brede zin kunnen aanpakken op de werkvloer. Ik heb voor die vacaturewebsite ook gewerkt als changemanager waar ik hielp om een verandering in diversiteit binnen het bedrijf door te maken. Door die opgebouwde expertise heeft de Diversiteitsacademie mij gecontacteerd om trainingen te geven in communicatie met verschillende culturen. Gezien mijn achtergrond en mijn opleiding in de materie, help ik op beleidsniveau bedrijven met hoe ze diversiteit beter op de agenda kunnen zetten. Het blijft nog altijd een gevoelig thema en voor veel bedrijven is het nog steeds een ver-van-hun-bed-show, terwijl diversiteit wel op hun website staat bij hun kernwaarden. Ik help hen om dat uit te voeren en mee initiatieven op te zetten om werknemers te sensibiliseren.

Je bent ook lokaal verankerd. Wat is jouw link met de Paardenprocessie van Hakendover?

(lacht) Kennen jullie dat? Ik doe dat inderdaad al jaren. De Paardenprocessie in Hakendover is een religieus gebeuren waarbij 15.000 mensen afzakken naar een klein gehucht als Hakendover, niet ver van Tienen. Het gaat over de kerk die er gebouwd is, een heel verhaal. Er trekt dan een stoet rond het dorp, vol met religieuze taferelen waarbij op het einde de paarden en de velden rond Hakendover worden gezegend. Ongeveer tien jaar geleden vroeg een vriendin van me of ik daarin mee wilde figureren en een schouwspel uitbeelden. Wat ik juist speel? Een volgeling van Johannes De Doper. De jeugd van Hakendover is daar ook helemaal in mee. Achteraf is er altijd een gezellige kermis, dus eigenlijk is dat wel een plezante bedoening.

Je speelde mee in de OH Leuven Legendswedstrijd. Heb je daardoor meer contact met de ex-spelers?

Jazeker! En niet enkel die van mijn periode bij de club. Door de samenkomsten met de OH Leuven Legends heb ik bijvoorbeeld Yves Lenaerts al beter leren kennen en we zijn ook al eens samen op restaurant geweest. Ook met mannen als Raymaekers en Thompson onderhoud ik wel eens contact. Het geeft toch een apart gevoel, wanneer we daar allemaal samenkomen. Ook al speelden we niet allemaal samen, toch voelen we ons toch deel van een collectief. Ik vind de erkenning wel leuk die wij krijgen en ik heb de smaak wel te pakken. Ik ben aangenaam verrast door de sfeer en wat voor club OH Leuven geworden is.

Koop je abonnement