fbpx

Hoe zou het zijn met

Kenny Thompson

In deze reeks gaat OH Leuven op bezoek bij spelers die veel betekend hebben voor de club en die in het collectieve geheugen van elke Leuvense voetbalfan gegrift staan. Als eerste is Kenny Thompson aan de beurt. Hij blikt samen met ons terug op zijn verleden bij OH Leuven en geeft een inkijk in zijn huidige job als Personal Football Coach.

VERLEDEN

Dag Kenny, hoe kijk jij terug op je tijd bij OH Leuven?

Eigenlijk heel positief. Ik heb hier een enorm leuke tijd beleefd, zowel op als naast het veld. Ik heb daar veel aangename mensen leren kennen waar ik tot op de dag van vandaag nog vaak contact mee heb.

Laten we beginnen bij het begin. Hoe kwam je hier terecht? Leuven haalde jou van Lierse.

Leuven was dringend op zoek naar een aanvallende linksachter. De coach was toen nog Ronny Van Geneugden. Leuven wilde stappen vooruit zetten in hun tweede jaar in eerste klasse en kwam bij mij uit. Na positieve gesprekken met trainer en club, heb ik de overstap gemaakt. Mijn gevoel zei dat Leuven op dat moment een aangenamere en betere opportuniteit was dan toen ik bij Lierse zat. Het Leuvense project sprak mij aan en ze wilden vooruit. Dat miste ik op dat moment bij Lierse.

Die ambitie?

Ja, toch wel. De groep waar ik in terechtkwam bij Leuven bestond uit gelijkgestemde jongens met mentaliteit. Dat sprak mij ook wel aan.

Jullie groep hing goed aan elkaar. Spelers van jouw periode bij OH Leuven zijn o. a. Wim Raymaekers, Kenneth Van Goethem, Bjorn Ruytinx, Yves Lenaerts, Gunther Vanaudenaerde…, dat moet leuke verhalen opgeleverd hebben? Wat is de leukste anekdote die je ons kan vertellen van in de periode toen je bij Leuven speelde?

Allemaal topgasten. We hadden die jaren echt een fijne groep. De buitenlandse stages waren altijd wel enorm tof. Er werd heel veel getraind maar er was ook veel ruimte voor lachen en zeveren. Samen met Bjorn, bijvoorbeeld, zette ik wel eens andere spelers hun kamer helemaal overhoop. Als die spelers dan terugkwamen van training, stonden alle spullen in de kamer ondersteboven. We hebben nog ludieke zaken uitgestoken: een auto vol confetti steken, zo van die dingen. Dat is dan vooral naast het veld want puur sportief hebben wij ook fijne overwinningen behaald. De uitmatch op Beerschot waarbij we wonnen (1-3, in 2012) en zo 15/15 halen, was er zo ééntje.

Wie was er de grootste grappenmaker van die ploeg?

Bjorn Ruytinx, natuurlijk (lachend). Dat was meestal de aanzetter, maar ik durfde ook wel eens iets uitsteken. Ik durfde Bjorn ook terugpakken, dat waagden de meeste spelers zich niet aan. Het waren zeker toffe tijden, ik zou mijn carrière bij OHL zeker rekenen tot mijn top-2 favoriete periodes tijdens mijn spelersjaren.

De mooiste wedstrijd?

De wedstrijd waar we thuis wonnen van Club Brugge met 4-1. Ibou Sawaneh scoorde toen een hattrick. Ik had die periode het voorrecht om achter Ibou te spelen en dat was echt een plezier om daarmee op hetzelfde veld te staan. Hij zat toen in een ongelooflijke vorm en we hebben toen Brugge geklopt voor een uitverkocht stadion.

De wedstrijd tegen Zulte Waregem waar “akikdadoen ist rood” vandaan komt, blijft mij ook om één of andere reden bij. Het ontstaan van die spreuk zal daar wel mee te maken hebben, maar het was toen heel belangrijk dat we punten begonnen pakken. We stonden niet supergoed in het klassement. Ik weet nog dat ik tegen Thorgan Hazard moest verdedigen en toevallig had hij die week ook de Gouden Schoen gewonnen. Ik zal het zo zeggen, ik had hem in mijn broekzak. Dat zeggen ze zo, toch? (lacht) Die hebben we heel de wedstrijd niet gezien. Dat zijn zo de twee wedstrijden thuis die er voor mij bovenuit steken.

Ben je nog altijd van mening dat je benadeeld werd door de vierde scheidsrechter in de bewuste match tegen Zulte Waregem?

Goh jawel, uiteindelijk had die speler van Zulte Waregem rood moeten krijgen. Simpel. De vierde scheidsrechter had de fout ook gezien, want op de herhaling zie je hem duidelijk kijken. In tijden van nu, met de VAR, had die speler zeker rood gehad. Maar goed, ik moet daar niet om zagen want dan denk ik dat ik zelf ook wel wat meer gele of rode kaarten had gekregen (lacht).

Had je een goede band met de Leuvense supporters?

Echt heel goed zelfs. Overal waar ik kwam, werd ik hartelijk ontvangen en begroet. Ik stond zelf ook altijd open voor een babbeltje, een foto, … Ik realiseer me heel goed hoe belangrijk supporters zijn. Voor mij zijn zij medemensen, net zoals wij als voetballer ook maar mensen zijn. Het is niet omdat je voetballer bent, dat je je anders moet gedragen.

De generatie spelers van 2013-2014 was misschien wel de laatste generatie die met de supporters na de wedstrijd een pint dronk. Is dat effectief veranderd?

Dat is veranderd. Ik was een tijdje geleden te gast bij AA Gent en daar kwam hetzelfde onderwerp boven. Dat is er inderdaad nu helemaal uitgegaan. Dat is nog meer veranderd, ook door de professionalisering in het voetbal. Spelers worden bijna dag en nacht gemonitord en mogen vanalles niet doen. Dat moet ergens wel, want als voetbalwereld moet je stappen zetten maar de keerzijde is natuurlijk dat zo eens een pintje drinken of naar een supportersavond gaan, dat dat allemaal wegvalt. Ik denk niet zo zeer dat spelers daar zelf voor kiezen maar dat dat wel opgelegd wordt door hun clubs.

Toen ik bij OH Leuven speelde, werd er van ons gevraagd ons gezond verstand te gebruiken. Zo ging je niet op café donderdag als je vrijdag een wedstrijd moest spelen. Direct na de match mocht zoiets wel. Wel spijtig natuurlijk, maar dan moeten clubs maar andere zaken verzinnen om aan supportersbinding te doen. Die OH Leuven Legendswedstrijd vond ik bijvoorbeeld een schitterend initiatief om de fans terug te zien.

Je laatste momenten bij OH Leuven waren tijdens de eindronde in 2015. Op YouTube is er nog een filmpje terug te vinden waar je, op handen gedragen door je medespelers, een speech geeft voor een uitbundig Leuvenpubliek tijdens het promotiefeestje. Hoe is die avond voor de rest nog verlopen?

Oei, die speech herinner ik me niet meer. Die zal wat vergaan zijn in de pintjes (lacht). De rest van de avond wel. Ik had de wedstrijd tegen Eupen gevolgd in het uitvak, samen met de supporters omdat ik geblesseerd was. Daarna heb ik op het veld de promotie gevierd in mijn jeansbroek (lacht). Vervolgens ben ik mee met de spelersbus teruggereden naar Leuven.

Na het feest met de supporters aan Den Dreef zijn we nog Leuven-centrum ingegaan. Ik veronderstel dat de meeste spelers toen in Leuven zijn blijven slapen. We hadden op voorhand afgesproken dat we een overnachting zouden regelen moest het laat worden. Ik denk zelfs dat de club toen voor ons veldbedjes had opgezet in het spelerscomplex, moesten we geen hotel of slaapplaats gevonden hebben. Ik ben samen me enkele spelers na die nacht met de taxi naar de het complex Korbeekdamstraat in Oud-Heverlee gereden om daar te blijven slapen.

We hadden de ochtend erna eigenlijk zelfs training. Allez, training kon je dat niet noemen maar wel een bijeenkomst. Ik kan me niet herinneren dat ik die nacht veel geslapen heb. Ik ben alleszins niet over huis geweest. Unieke momenten, toch wel.

Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik ben moeten vertrekken met een zware knieblessure. Het is altijd spijtig in de carrière van een voetballer dat je niet op het veld kan staan wanneer je de deur achter je dicht trekt.

Je kreeg een speciaal afscheid van de supporters in de Sortie met optredens van Kris Aron en drummende pater Filip Steeno. Dat doen supporters niet voor elke speler.

Dat besef ik ook wel. Ik vond dat echt heel tof. De foto’s van de photobooth die er op dat feestje stond, heb ik nog altijd. De club heeft me ook een mooi ingekaderd truitje cadeau gedaan, de laatste thuiswedstrijd voor de promotie. Die appreciatie, dat doet toch iets met ne mens.

(lees verder onder de foto’s)

HEDEN

Na je carrière bij OH Leuven speelde je nog een periode bij het toenmalige Beerschot-Wilrijk. De fans die jou na je carrière nog volgden op sociale media, merkten al op dat je een specialisatietrainingsschool begonnen bent.

Ik ben inderdaad naar Beerschot gegaan omdat ik totaal nog niet aan stoppen dacht. Ook daar inspireerde het project om Beerschot zo snel mogelijk naar eerste klasse te brengen me wel. Ik wist ook door bepaalde blessures dat ik niet meer op hoogste niveau aan spelen ging komen. Ik had dus bewust gekozen om wat af te zakken maar wel bij een ambitieus project als Beerschot. Zij trainden toen ook al ongezien professioneel voor het niveau waarop ze speelden. Het project is gelukt want de drie jaar dat ik er speelde is Beerschot twee keer gepromoveerd. In het laatste jaar, toen Marc Brys de coach was, ben ik niet echt meer aan spelen toegekomen. Maar ook dat jaar is Beerschot gepromoveerd. In dat laatste jaar voelde ik dat mijn lichaam een beetje opgeraakte. Dan heb ik bewust gekozen over wat ik met mijn toekomst zou doen. Dat zou dan personal football training worden. Ik had ook een job nodig aangezien ik besloot om bij KFC Nijlen te voetballen, wat amateurniveau is.

Ik wilde altijd al personal trainer worden na mijn carrière maar ik wilde het vooral ook uniek aanpakken door me exclusief toe te leggen op voetbal. Na mijn professionele carrière begon ik reclame te maken op Facebook en al snel kreeg vanuit alle uithoeken van Vlaanderen aanvragen van ouders en spelers die bij mij wilden komen trainen.

En je speelde nog even bij KFC Nijlen en werd daarna trainer? Vooral voor de afstand dan?

Klopt, ik woon dichtbij de velden van KFC Nijlen dus daar moest ik niet lang over nadenken. Ik wilde eigenlijk nog steeds niet stoppen met voetballen. Maar in de tiende match in mijn eerste seizoen scheurde ik weer mijn kruisbanden. Het was dit keer de andere knie dan de blessure die ik had toen ik bij Leuven vertrok. Dat was misschien wel de druppel. Mijn zaak begon goed te draaien, ik kreeg veel aanvragen en ik had me al afgevraagd of het het risico wel waard was om te blijven voetballen terwijl ik fit moest zijn voor mijn zaak. Verder voetballen zonder operatie zou voor problemen zorgen dus besloot ik om te stoppen met voetballen. Ik zette voor de rest van het seizoen alles in op mijn zaak. Het seizoen erna vroeg de hoofdcoach of ik niet assistent-trainer wilde worden. Dat wilde ik wel heel graag doen, vooral voor het sociale contact met gelijkgestemde voetballers. Ik miste het drinken van een pintje na de match en het zeveren met elkaar op training. Halverwege het seizoen schoof ik door en werd ik hoofdcoach na het ontslag van de vorige coach en op vraag van de spelers.

Voor wat soort training komen spelers en ouders speciaal naar jou?

Vooral het mentale aspect, dat staat bij mij op nummer 1. De spelers het gevoel geven dat ze wél goed kunnen voetballen en hen vertrouwen geven zodat hun prestaties daadwerkelijk ook verbeteren, dat is superbelangrijk voor mijn trainers en ik. Daarnaast trainen we ook wel op het technische aspect waaronder dribbelen, bal aan de voet, over de schouder leren kijken. We willen slimmere spelers maken die mentaal sterk staan.

Zijn er spelers bij jou die in de jeugd van grote ploegen spelen? Die misschien wel een mooie carrière voor de boeg hebben?

Er zijn genoeg spelers met tonnen talent, maar ik probeer ze aan te leren dat ze ervoor moeten blijven werken. Er zijn een aantal spelers die mits hard werk het in zich hebben om een mooie carrière te hebben in eerste klasse. Dat wil niet zeggen dat ik spelers op een lager niveau niet kan pushen zodat ze de eerste ploeg van hun provinciale club halen. Het gaat er vooral om om het maximum uit een speler te halen.

Met de OH Leuven Legendswedstrijd zag je heel wat oude vrienden van weleer terug. Heb je nog contact met hen? Hoe was het om iedereen terug te zien?

Plezant zeker en vast. Het is altijd fijn om eens te horen hoe het met iedereen is. In het dagelijkse leven is het moeilijk om contact te houden en is het vaak druk. Zo van die georganiseerde momenten zijn wel uniek.

Nu, ik heb nog contact met veel van mijn vrienden/ex-medespelers en ik roep hun hulp soms in bij stages van KFC Nijlen. Dan stuur ik Yves Lenaerts of Wim Raymaekers een berichtje om te vragen of ze trainingen willen komen geven aan mijn spelers. Leuk voor mij, want dan zie ik hen nog eens en ook tof voor mijn spelers om training te krijgen van ex-profvoetballers.

Het stadion onderging wel wat veranderingen sinds jouw passage hier. Voelde het anders om hier op het veld te staan na zeven jaar afwezigheid?

Het voelde eigenlijk wel als thuiskomen. Het was zeker anders, maar op een zeer positieve manier. Het stadion voelde meer af, meer eerste klassewaardig. Het veld was ook van ongelooflijke kwaliteit. Vroeger was het hier al goed, maar nu is het om uw vingers bij van af te likken. Ik kom hier graag nog eens spelen. Volgend jaar? (lacht)

Koop je abonnement