A-Team

Terugblik op de zomermercato met Ariël Jacobs

In een terugblik op de afgelopen zomermercato neemt Ariël Jacobs, de Chief Football Officer van OH Leuven, geen blad voor de mond.

Ariël, bewoog er aan uitgaande kant meer dan je had verwacht?

“Klopt. Als we er even snel doorgaan dan hebben we Valentin Cojocaru (verhuurd aan Pogon Szczecin), Joao Gamboa (Pogon Szczecin), Louis Patris (Anderlecht), Mandela Keita (Antwerp), Dylan Ouedraogo (Stade-Lausanne), Casper De Norre (Milwall), Mousa Tamari (Montpellier), Mario Gonzalez (LAFC), Kristiyan Malinov (Kortrijk), Nordin Jackers (verhuurd aan Club Brugge) en Emmanuel Toku (verhuurd aan Aalborg BK) zien vertrekken. Een heleboel titularissen die je moet vervangen en je zit ook nog eens met enkele Belgen, waar men vlug aan voorbij gaat, maar dat maakt de situatie alleen maar moeilijker. Je moet namelijk zien dat je voldoende Belgen in jouw kern hebt. Daarnaast was het ook zo dat we vorig seizoen ondanks een schitterende start en een negen op negen op het einde geen al te goed seizoen hebben gedraaid. Alles samen maakte dat dus dat we met een grote opdracht zaten.”

“Het is zo dat je altijd spelers hebt waarvan je verwacht dat ze vertrekken. Louis Patris gaf aan dat voor hem een transfer niet hoefde en dat hij de volgende stap in Leuven wilde zetten. Als club moet je uiteraard altijd in het achterhoofd houden dat zoiets wel kan wijzigen. Ik had bij Louis altijd het gevoel dat een vertrek tot de mogelijkheden behoorde en dat is uiteindelijk ook uitgekomen. Het vertrek van Casper De Norre was voor mij het meest onverwacht. In april gaf hij aan dat hij ging blijven en dan ben je redelijk gerust. Op een bepaald ogenblik kwam met Millwall een club uit de Championship. Je voelde bij Casper dat hij koste wat kost die kans wilde grijpen. Het heeft even geduurd omdat Millwall niet wilde spenderen wat wij vroegen. Je zit dan met een speler die ongeduldig wordt tijdens de eerste weken van het seizoen. Veel kleine elementen die er een groot probleem van maken. Ten alle tijde heb je een schaduwelftal, maar je kan pas in actie schieten vanaf het ogenblik dat er iets beweegt in jouw groep. Dan moet je bij manier van spreken van nul beginnen.”

Ben je tevreden met wat er uiteindelijk aan de inkomende kant staat?

“Ik hoop dat we binnenkort kunnen zeggen dat we tevreden zijn. Telkens een schot in de roos is onmogelijk. Sommige spelers staan er dadelijk, anderen hebben wat tijd nodig om te wennen. Als we even het elftal er bijnemen dan hebben we met Maxence Prévot (FC Sochaux) een doelman aangetrokken die op korte termijn al een vorm van vertrouwen gegeven heeft. Onder de lat kwam er ook nog Tobe Leysen (Genk) bij. Achteraan staat Richie Sagrado voor mij ook gelijk aan een transfer, die momenteel meer dan verwacht meevalt en dat is zijn verdienste. We moeten hem ook beschermen op het ogenblik dat het eventueel even zou kunnen mislopen. Zijn eerste wedstrijd was niet optimaal, maar we zijn trouw gebleven aan onze filosofie om jonge spelers kansen te geven en Richie zet verdere stappen. Centraal achterin is er weinig veranderd. Raz Shlomo (Maccabi Netanya) is er bijgekomen. We denken dat hij de kwaliteiten heeft om de concurrentie aan te gaan met Pletinckx en Ricca. Ondertussen heeft Joël Schingtienne zich mee in die strijd gegooid, wat een goede zaak is. Ouedraogo hadden we oorspronkelijk vervangen door Alexandro Calut (Standard), maar die viel in zijn eerste wedstrijd uit met een heel zware blessure. Hij is nog zeker tot januari out. Daardoor moesten we een tweede keer schakelen met Florian Miguel (SD Huesca). Centraal op het middenveld wilden we de coach een extra pijl op zijn boog geven met een zuivere verdedigende middenvelder. Ik ben ervan overtuigd dat Kento Misao (CD Santa Clara) die kwaliteiten heeft. Spijtig genoeg heeft hij bijna twee maanden onwaarschijnlijke administratieve problemen gekend, waar OH Leuven niets voor tussen zat. Daardoor is hij nu pas aan het aanpikken. We vonden dat we op positie 8 nog een jonge speler met een groot loop- en infiltratievermogen konden gebruiken. We zijn een hele tijd bezig geweest, want er was heel veel concurrentie, met Ezechiel Banzuzi (NAC Breda). Op dit moment zijn we heel tevreden over wat hij al getoond heeft. We wisten dat het met ups en downs zou gaan, want hij komt van de Nederlandse tweede klasse.”

“Op de flank verloren we Tamari. Een proces dat liep van begin januari. We zijn er altijd naïef van uitgegaan dat hij wel zou bijtekenen aangezien hij steeds verkondigde dat OH Leuven veel voor hem heeft gedaan en dat hij hier niet wilde vertrekken met een gratis transfer. Uiteindelijk is hij toch zomaar vertrokken. Volgens het gewenste profiel hebben we Konan N’Dri (Eupen) aangetrokken. Hij heeft het potentieel om iets te brengen. Momenteel doet hij dat alleen als invaller. Wij prediken geduld naar hem toe. Aan de overkant zitten we wel nog met een vorm van onevenwicht. Als eerste optie hebben we daar Thorsteinsson. We hebben daar met Vlietinck, N’Dri en Kyine wel verschillende oplossingen, maar in een ideale evenwichtige kern is dat een positie waar we iets specifieks moeten zoeken.”

“Iedereen kent de gezondheidsproblemen van Maertens, waarvan we niet weten hoelang dat nog zal duren. Kiyine heeft weinig de kans gekregen om centraal te spelen, maar allicht is het zijn beste positie. Alleen voel je dat hij nog altijd met de naweeën zit van zijn ongeval. Daardoor hebben we onze pijlen gericht op Youssef Maziz (FC Metz). Het is helemaal niet gemakkelijk geweest. Op basis van één wedstrijd heeft hij toch getoond dat hij ons op die centrale positie een meerwaarde kan bieden. Tot slot kom je bij de aanvallers. Waar we relatief lang op de goedkeuring van de eigenaar moesten wachten om Nathan Opoku nog een jaar te huren van Leicester City. Spijtig genoeg is hij op dit moment out. Met Nachon Nsingi hebben we nog een ander profiel in de kern. We zochten nog een derde profiel en vonden Jonatan Braut Brunes (Stromsgodset IF). Hij is er ook later bijgekomen, maakt stappen en heeft nog een ruime progressiemarge.”

Had je verwacht dat er zoveel hectiek, ook over de transfers, ging zijn in de eerste weken van het seizoen?

“Neen. Qua transfers zit je in een proces. Er zijn spelers vertrokken die geld in het laatje gebracht hebben. De inkomsten dekken echter niet altijd wat je dadelijk nodig hebt voor transfers. Feit is dat de gemeenschappelijke deler, in hectiek of niet, de prestaties en resultaten zijn. We begonnen met een punt op verplaatsing bij Charleroi, wat al wat positief liet verhopen. Ik denk dat we een serieuze uppercut gekregen hebben qua prestatie en resultaat op speeldag twee in eigen huis tegen RWDM (1-2). De derde wedstrijd in Union was geen goede wedstrijd, maar het blijft een moeilijke verplaatsing. We verloren zwaar en ondertussen zaten we met 1 op 9. Dan speelden we thuis tegen Antwerp. De groep heeft een hele goede reactie getoond. De kwaliteit van het spel mocht gezien worden en de mentaliteit was er. Het publiek kon zich daarmee vereenzelvigen. We pakten een punt tegen een ploeg die meedraait aan de top, iets wat we vorig seizoen ondanks vaak een goede prestatie te weinig hebben gedaan. Je hoopt dan dat je in Eupen één, of liefst, drie punten kan pakken om terug op schema te zijn. Maar na een zwakke prestatie gingen we 3-1 de boot in. Na RWDM kwam dat als een dubbele uppercut aan en dan lig je tegen de grond. Daardoor werd het duel met Kortrijk terecht omschreven als een degradatiewedstrijd. Die hebben we na een aarzelend begin wel goed afgesloten. Zeker na de rust zagen we een ploeg die de nodige grinta aan de dag legde om te tonen wat ze in feite waard is. Een goede manier om voor de interlandbreak een moeilijke periode af te sluiten met volgens mij zeker vier punten te weinig. Dat zou een heel andere insteek gegeven hebben aan de beleving en hoe het begin van het seizoen gepercipieerd wordt, maar voetbal is realiteit en dat zijn cijfers en daar zitten we op dit moment nog onder.”

Met welk gevoel kijk je vooruit?

“Op alle vlakken zal het dit seizoen heel moeilijk worden in de Jupiler Pro League. Ik heb de indruk dat iedereen kampioen wil worden, dat iedereen play-off 1 wil halen, dat ploegen ontgoocheld gaan zijn als ze dat niet halen en dat play-off 2 en de degradatiezone heel kort bij elkaar liggen. Iedereen kan punten afnemen van iedereen. Dat maakt de competitie spannend, maar als betrokken partij is dat natuurlijk minder aangenaam. De ambitie – play-off 2 halen – die we hadden, mogen we na vijf wedstrijden niet bijstellen. Een resultaat kan je niet forceren. Je kan wel veel doen aan de manier waarop je het resultaat hoopt te behalen. Ik denk vooral dat het publiek, en niet ten onrechte, een ploeg wil die kwalitatief iets op het veld legt en dat gekoppeld aan de wedstrijdmentaliteit. Die hebben we gezien in de wedstrijden waar we punten pakten, maar die hebben we vooral vaak gemist op de momenten dat het misliep. Op korte termijn zitten daar de grootste werkpunten.”

Koop je abonnement