U23

Coach Eddy Vanhemel blikt terug op het seizoen van OH Leuven U23

Het eerste seizoen van OH Leuven U23 in eerste nationale was een succes. 50 punten uit 38 wedstrijden leverde onze jongens de elfde eindstek op. Samen met coach Eddy Vanhemel blikken we terug op het afgelopen seizoen.

“Het is 38 weken lang een fantastische belevenis geweest”, steekt coach Eddy Vanhemel van wal. “Wij hebben voor heel veel mooie momenten en uitdagingen gestaan. Doorheen de competitie zijn we als team enorm gegroeid. De meeste jongens zijn ontgroend van een speler uit de Academy naar een volwaardige voetballer.”

“Wij hebben de kloof met de A-kern kunnen verkleinen, konden 30 jongens de kans geven om te proeven van voetbal op dit niveau en hebben mooie resultaten neergezet. We brachten vaak ook leuk voetbal op de mat. Het was niet altijd makkelijk, want de 38 weken waren ook zwaar. Een competitie van 22 speeldagen werd er in één keer 38. Er zijn eigenlijk geen momenten geweest dat de riem er even af kon, maar de jongens zijn daar heel goed mee omgegaan.”

Welke zaken hebben de jongens dit seizoen kunnen bijleren? 

“Vooral het goed kunnen inschatten van het belang van de wedstrijd. In deze competitie was de wedstrijd van heel groot belang. De manier waarop we die wedstrijden voorbereiden, aanvatten en afwerken waren altijd vanuit de doelstelling om een prestatie neer te zetten met daaraan resultaat proberen te koppelen. Dat is de grootste winst die je uit zo’n competitie haalt.”

“Daarnaast leerden ze ook omgaan met verschillende omstandigheden. De ene week speelden ze in een stadion, de andere week op een ander soort veldje. De ene keer tegen fulltime profs en de andere keer tegen een amateurteam, waarbij de spelers overdag gaan werken, maar het de U23-teams moeilijk willen maken. Spelen tegen een ploeg die bovenaan het klassement staat en meedoet voor de titel of tegen een ploeg die onderaan staat en de degradatie probeert te vermijden. Verschillende soorten speelstijlen: tegenstanders die zich ingraven en tegenstanders die een tactisch steekspel spelen. Dat zijn toch allemaal zaken die interessant zijn geweest dit seizoen voor de jongens en waarmee ze misschien voor het eerst in contact kwamen.”

Wat is de volgende stap?

“Structureel jongens blijven afleveren aan de A-kern en de kloof blijven verkleinen. We moeten ook zorgen dat we aanvoer blijven hebben richting het U23-team zodanig dat wij een duurzame eerstenationaler worden die in deze reeks kan doen wat we dit seizoen gedaan hebben.”

Nu even de riem er toch af?

“Maandag hebben we nog getraind en was er een barbecue voorzien. Dinsdag stonden er fysieke testen op het programma. We stoppen er nu mee tot 26 juni en laten de jongens toch even rusten, bekomen en herbronnen. Daarnaast zitten sommige jongens nu ook in de examenperiode. Op 26 juni staat het vervolg van de fysieke testen gepland en integreren we de nieuwe spelers in de groep. We gaan dan al goed de verwachtingen zetten voor het nieuwe seizoen. Dan beginnen we terug op 11 juli met de aanloop naar de competitie.”

Moeten we een groot verloop van spelers verwachten of net niet?

“Er zijn een aantal jongens die zelf de keuze gemaakt hebben om te vertrekken. Dat wisten we ook. Ik vind dat de jongens die die keuze gemaakt hebben dat ook goed ingeschat hebben en moedig daarin zijn geweest. We moeten daar alleen maar chapeau tegen zeggen. Zij hebben zich dit seizoen ook leren ontdekken en hebben gemerkt dat zij voetbal op een andere manier wensen te beleven. Daar is niets mis mee. Daarnaast zijn er altijd jongens waarvan we afscheid nemen, wat bij alle ploegen in alle leeftijdscategorieën gebeurt.”

“Wij hebben het grote geheel, zoals we dat graag volgend jaar willen zien, kunnen behouden en hebben daarop voort kunnen bouwen. Het is niet zo dat er heel veel nieuwe spelers bij zullen komen omdat wij ook niet op zoek zijn naar versterking voor ons U23-team, maar naar goede individuele spelers die de stap richting de A-kern kunnen maken. Bij de U18 hebben we jongens die op de deur aan het kloppen zijn en we willen de pipeline voor die jongens niet dichtzetten. Hogerop klimmen in het klassement is geen doelstelling op zich. Het is wel prima als dat een gevolg is van het blijven stimuleren van de individuele ontwikkeling”, besluit Vanhemel.

Koop je abonnement